13 januari 2022 Interview Alliander: “De energietransitie is een extreem ingrijpende verbouwing”

371918 De vlag van Alliander wappert voor een gebouw. Seece
  • Fair Health
  • Smart Region
  • Sustainable Energy & Environment

Het werk van een netbeheerder in de energietransitie is – op zijn zachtst gezegd – uitdagend. Alliander speelt een belangrijke rol in een systeem vol nieuwe technologieën en marktmogelijkheden, en werkt daarbij nauw samen met andere partijen. “Het hele ecosysteem moet in beweging komen."

In 2013 sloegen de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en een aantal bedrijven de handen ineen, om samen te werken aan twee grote uitdagen in de energietransitie. Ten eerste: meer personeel opleiden, dat goed geëquipeerd is. Ten tweede: noodzakelijke kennis ontwikkelen en innovaties tot stand brengen. Het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) was geboren.

Samenwerking is noodzakelijk

Acht jaar later is samenwerking onverminderd relevant. Maar waarom eigenlijk? Op die vraag geven SEECE-partners van het eerste uur antwoord in een serie artikelen. In deze vierde editie komen Pallas Agterberg (Challenge Officer) en Joke Kalma (manager Learning and Development) van Alliander aan het woord. Ze vertellen over een energiesysteem dat complexer wordt en afhankelijk is van een enorm netwerk aan partijen.

Voordat de rotorbladen van windmolens door de lucht suisden en zonnecellen op daken schitterden, waren de werkzaamheden van een netbeheerder een stuk eenvoudiger. “De elektriciteit die in de centrale gemaakt wordt, brengen we thuis. Gas idem dito. Wat uit de velden gehaald wordt, wordt via de Gasunie naar woningen getransporteerd. Als netbeheerder meten we dat en we zorgen dat de factuur klopt. Dat is een markt die gericht is op grootschalige systemen met een beperkt aantal spelers en technologieën”, zegt Agterberg.

De energiesector wordt complexer

Die relatief simpele markt wordt flink opgeschud in de overgang naar een duurzame energievoorziening. Agterberg noemt de energietransitie “een extreem ingrijpende verbouwing, die tientallen jaren gaat kosten. Hoe meer ik erin duik, hoe duidelijker wordt hoe afhankelijk we zijn van energie in bijna alle keuzes die we maken.” We gaan op een andere manier produceren, consumeren, wonen, reizen, enzovoorts. “Alles verandert”, benadrukt de challenge officer.

Alliander verandert mee. Nieuwe technologie die aan het elektriciteitsnet gekoppeld wordt, heeft invloed op het werk van de netbeheerder. Die zorgt bijvoorbeeld dat de vraag naar elektriciteit de komende jaren toeneemt. “In plaats van gas voor de industrie willen ze elektriciteit. Dan moet het elektriciteitsnet enorm verzwaard worden”, zegt Agterberg. “Als we kijken naar de vraag die op ons afkomt: die zit in de ordegrootte van een verdubbeling van het elektriciteitsnet in tien jaar. Gemiddeld. Op sommige plekken wordt het vier keer zo groot!”

Nieuwe technologie leidt tot nieuwe markten

Nieuwe technologieën brengen ook nieuwe markten met zich mee. Als voorbeeld noemt Agterberg de opkomst van de elektrische auto. Voor het opladen van die auto moet niet alleen een infrastructuur worden aangelegd, verschillende partijen moeten ook laadoplossingen kunnen aanbieden. “In bijna alle situaties waar we kunnen spreken van een markt, hebben wij een faciliterende rol”, zegt Agterberg. En die markt wordt steeds drukker.

“We zien het aantal spelers op de markt toenemen. En de vragen die zij stellen veranderen ook”, voegt Agterberg toe. Voor elektrische voertuigen geldt bijvoorbeeld dat autofabrikanten, laadpaalproducenten, softwarebedrijven, ondernemingen die gespecialiseerd zijn in betalingsverkeer en chauffeurs invloed hebben op de Nederlandse energie-infrastructuur – en daarmee op het werk van Alliander. Met een deel van die spelers werkt de netbeheerder dan ook nauw samen. Onder andere via SEECE en innovatienetwerk Connectr.

Moment van energiegebruik speelt grote rol

Wat voor soort vraagstukken worden daar opgepakt? Om bij het thema mobiliteit te blijven: “Als je auto elektrisch laadt, en je doet dat tijdens de avondpiek – dus wanneer iedereen thuiskomt en zijn auto aan de lader hangt – dan creëer je een extra probleem. Dus wij vragen ons af: kunnen we die auto een oplossing laten zijn?” Auto’s kunnen het elektriciteitsnet bijvoorbeeld ontlasten door te laden op momenten waarop veel zonne- en windenergie wordt opgewekt. “We hebben een scala aan initiatieven lopen op dat gebied.”

De momenten waarop energie gebruikt wordt – of juist níet gebruikt wordt – spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Het feit dat de opwekking van energie uit duurzame bronnen niet constant is, heeft veel invloed op de markt. “We zijn gewend dat energie per volume gaat, per KWh. Maar dat verdwijnt; het moment wordt heel bepalend voor de energieprijzen.” Daardoor ontstaan nieuwe verdienmodellen en nieuwe kostenposten voor partijen die zich niet aanpassen.

Slim energiegebruik voorkomt netverzwaring

Prijsprikkels zijn belangrijk voor de netbeheerder, omdat ze mensen aansporen het net te ontlasten. “Alle oplossingen die helpen om slimmer om te gaan met die nieuwe energie, zoals batterijen, helpen ons enorm. Maar wij zijn niet degenen die dit kunnen doen. Daar moeten bedrijven zelf mee aan de slag. We kunnen aangeven wat helpt, waar we de markt naartoe zien gaan en de marktfacilitering daarop aanpassen. Maar het hele ecosysteem moet in beweging komen.”

Hoe je een ecosysteem in beweging brengt, en wat dat ecosysteem precies moet doen, is een vraag op zich. Mede daarom is Alliander onderdeel van learning communities waarin het, samen met allerlei stakeholders, zoekt naar antwoorden voor een duurzame toekomst. Bijvoorbeeld om methoden te ontwikkelen waarmee wijken verduurzaamd kunnen worden. Er is ook een learning community op het gebied van systeemintegratie; want hoe ga je om met een energiesysteem dat met de dag diverser en complexer wordt?

Jong talent wordt ondergedompeld in de transitie

Een prangende vraag is ook: hoe kom je aan voldoende mensen die de energietransitie uiteindelijk uitvoeren? Er is in Nederland een flink tekort aan energieprofessionals met up-to-date kennis. Joke Kalma ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor samenwerkingsverbanden, waaronder SEECE. “Je ziet bijvoorbeeld dat de HAN, key partner van SEECE, een rol speelt in de kennisontwikkeling. Ze weten goed wat er speelt in de energietransitie en kunnen veranderingen goed vertalen naar opleidingen.”

Studenten worden betrokken in learning communities en onderzoeksprojecten die in het SEECE-netwerk worden uitgevoerd. “Er wordt bijvoorbeeld gekeken hoe je studenten met een verduurzamingsopdracht in een woonwijk kunt verbinden. Hierdoor maken ze kennis met partijen die in de keten zitten en zien ze welke problematiek er is. Deze aanpak is voor werkgevers – alsook de student – heel interessant. Ik zie daar een win-win ontstaan”, aldus Kalma.

Alliander bouwt mee aan vernieuwend onderwijs

Alliander neemt ook mensen in dienst die in de energiesector willen werken maar nog geen diploma hebben. “We hebben een aantal jaar geleden het Operational Network Program (ONP) opgestart. Dat is een programma voor vaak jonge mensen die direct na hun middelbare school aan de slag gaan en tegelijkertijd hbo-niveau halen.” Via het ONP, dat in SEECE-verband tot stand kwam, worden praktische havisten opgeleid tot energieprofessional met een associate degree-diploma Elektrotechniek/Energietechniek.

Het onderdompelen van jong talent in de energietransitie is belangrijk, meent Kalma. “Je hebt het soms te ervaren om het te kunnen begrijpen. En als je als student ziet dat het een reële vraag is waar je aan werkt, dan draag je daadwerkelijk bij in plaats van dat je in de boeken zit.” “En die boeken zijn misschien tien jaar oud en niet meer up-to-date”, voegt Agterberg toe. “Voor docenten is het daardoor ook lastig om goed aan te haken op iets wat gebeurt. Dus deze nieuwe vormen zijn nodig om curricula en leerstof te vernieuwen.”

Kortom: het zijn niet alleen studenten die iets nieuws moeten leren in de energietransitie. Hetzelfde geldt voor docenten, bedrijven, onderzoekers en overheden. En dat leren gaat het beste als je ook structureel leert samenwerken.